Werkgevers moeten werknemers met tijdelijk contracten van een half jaar of langer een maand voor het einde van het contract informeren of deze verlengd worden. Gebeurt dit niet, dan zijn werkgevers een boete verschuldigd van een maandsalaris, ook als de arbeidsovereenkomsten wel worden voortgezet.
Bij overeenkomsten korter dan een half jaar kunnen geen proeftijd meer worden overeengekomen.

Concurrentiebedingen voor bepaalde tijd overeenkomsten worden ingeperkt. Het is alleen mogelijk als werkgevers schriftelijk motiveren dat het beding noodzakelijk is vanwege zwaarwegende bedrijfs- of dienstbelangen.

Bij oproepcontracten hebben werkgevers loondoorbetalingsverplichting en kan deze alleen voor het eerste half jaar uitgesloten worden in de overeenkomsten. Voorheen was dit onbeperkt mogelijk.

Op dit moment hebben werknemers na drie jaar tijdelijke arbeidsovereenkomsten, of na drie arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd, recht op een overeenkomst voor onbepaalde tijd. Dit is te doorbreken door een tussenpoos van minimaal 3 maanden zonder arbeidsovereenkomst. Drie jaar wordt maximaal twee jaar. De tussenpoos die de keten doorbreekt gaat van 3 naar 6 maanden. Daarmee ontstaat nu dus een 3x2x6 regel.
Onder het nieuwe recht kan alleen bij cao van de ketenbepaling worden afgeweken bij een uitzendovereenkomst. Om af te wijken bij cao is de beperking nu tot maximaal zes contracten in maximaal 4 jaar. Deze maatregelen gaan waarschijnlijk per 1 juli 2015 in. De nieuwe ketenbepaling is van toepassing op tijdelijk arbeidsovereenkomsten die op of na deze datum, uiterlijk een half jaar na afloop van de voorafgaande tijdelijke arbeidsovereenkomst, worden gesloten.

Heeft u over bovenstaande vragen? Neem dan contact met ons op.

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *